Linkdump
enigste
Ik dacht altijd dat alleen de Groninger enigste zei ipv. enige. Nu ik wat ouder en wijzer *proest* ben, weet ik dat 50% (zo niet meer) van alle Nederlanders enigste zegt ipv. enige. Één van de bekendste exponenten is Cruijff. Als voetbal-analist bij de NOS is hij de verkrachter van onze taal. Maar bij Cruiff gaat er een soort naïeve uitstraling van uit, waardoor het weer geaccepteerd wordt. Vreemd blijft wel dat niemand de beste man ooit gewezen heeft op zijn taalgebruik (of ze durven het niet.) Over taalverkrachters wil ik het niet hebben, wel over enigste. En hoe ik hierop kom. Dit alles heeft te maken met een film (ober) die ik afgelopen zaterdag zag. Daarin had iemand het over één van de personages, 'die als enig kind, een nogal beschermde opvoeding had genoten.' 'Als enig kind?' Wordt hier nu bedoeld dat hij het enige kind thuis was, of dat hij gewoon een leuk (= enig) kind was. Volgens mij moet het in deze zin juist enigst zijn: 'die als enigst kind, een nogal beschermde opvoeding had genoten.' Of snap ik het niet meer...?
aardappel
‘Wat eten we vanavond?’ ‘Wraps!’ ‘Yeah, i feel good.’ ‘He getver, dat aten we vorige week ook al. Kunnen we niet iets anders eten, laten we zeggen: patat!’ ‘Ja hoor, origineel, patat. Dat eten we nooit.’ 'Patat is een andere manier van aardappel eten. Ik kan me herinneren dat we regelmatig aardappelen aten, en aangezien we in een land van aardappeleters wonen wil ik wel weer aardappel eten. Om eerlijk te zijn (muv de patat dus) kan ik me niet voor de geest halen wanneer wij voor het laatst een aardappel hebben gegeten.’ ‘Maar wat is er mis met, wraps, rijst, noedels, spaghetti, borrito’s, tandoori…?’ ‘Niets natuurlijk maar wat is er mis met gewoon een aardappeltje met groente een moot vis, of een gehaktbal?’
kouder
Het wordt weer kouder. Voor het eerst sinds...maart slaap ik weer met meer dan een boxer. Ook draag ik weer een t-shirt onder mijn blouse. 's-Morgens vertrek ik met jas aan en hou die aan in de auto. Momenteel zit ik te bibberen achter de laptop. Het wordt kouder. 'Ik heb het koud, kom je tegen me aan liggen?' In bed kruipen we weer langzaam naar elkaar toe. Niet dat er sinds maart een enorme kloof was ontstaan maar als het warmer is wordt het tegen elkaar aan liggen snel te gezellig of snel vervelend (want warm.) Nu is koud een relatief begrip en wat voor de één koud is hoeft voor de ander niet koud te zijn. Ik heb het momenteel wel koud. En nee, het is geen slap excuus om tegen Passie aan te liggen, en nee ik word niet ziek. Het wordt gewoon kouder.
de feestdagloze feestdag
Vandaag is het zondag. Vanuit de christelijke overlevering is dit de 'rustdag.' Wij moeten rusten, niet met werk bezig zijn en ons inzetten voor het verspreiden van de ‘overtuiging,’ of gewoon niets doen. Ondertussen mag je letterlijk doen en laten wat je wilt. Echter, het feit dat je deze dag te danken hebt aan de Hoeder van deze planeet staat voorop. Zo zijn er meerdere dagen die wij vieren, waar wij vrij voor krijgen, en die terug te voeren zijn naar het (christelijke) geloof. En hier voelt de moslim zich gepasseerd. Afgelopen week komt Tineke Huizinga op de proppen met de melding dat het suikerfeest een feestdag moet zijn als alle andere (christelijke) feestdagen en daarmee een vrije dag voor iedereen. In eerste instantie dacht ik: goedzo, we leven in een brede samenleving en daarin moeten we rekening houden met iedereen. Maar naarmate het tot me doordringt, en een (verhitte) discussie gisteravond, heb ik inzicht gekregen en denk ik: nee, onzin. Want dan moeten we ook een dag inrichten voor de Hindoe, de Boeddhist, de Jood…en wie er al niet meer aanspraak hierop willen maken (het hele jaar vrij?) Hoe meer ik hier op doordenk ben ik ook meer en meer van mening dat wij eigenlijk geen behoefte hebben aan weer een feestdag vanuit een overtuiging. Nee, we hebben behoefte aan een feestdagloze feestdag. Een dag die in het teken staat van alle gezindten of niet gezindten. Waar ruimte is voor discussie, ruimte voor erkenning, ruimte voor aandacht. ‘Waarom geloof ik niet wat jij gelooft, en waarom geloof jij wat ik verwerp?’
enes
De auto moest terug en er was niet direct een nieuwe auto paraat. Helaas is je nieuwe auto (nog) niet beschikbaar, dus moet je met de trein. Leuk, de trein. Ik weet niet hoe het jullie vergaat in de trein maar altijd als ik met de trein reis, dan gebeurt er iets. Of we staan drie uur lang stil in een weiland, of de trein rijdt niet verder dan een willekeurig station, of er gooit zich iemand voor de trein, of ze rijden simpelweg niet, etc. Kortom spanning en sensatie aan boord van de trein. Ik reis van Zoetermeer-Oost naar Winsum (€41,70!!!) Het regent en de trein vertrekt over tien minuten. Ik word gebeld door een collega, al bellend loop ik de trein in en ga zitten. De trein vertrekt en ik voer het gesprek verder. Aangezien het een oorverdovend geluid om mij heen is heb ik het bordje ‘stilte coupé’ volledig over het hoofd gezien. Na tien minuten blèren tegen mijn collega valt het mij op dat ik boos word aan gekeken… ‘Is er iets?’ Vraag ik. ‘Ja, sst,’ wordt er kortaf gezegd, terwijl gewezen wordt naar het bordje. Ai, sorry. En ik vertrek naar het ‘balkon.’ Aangezien de herrie hier echt onoverkomelijk is, beëindigen wij het gesprek. 10 minuten later stopt de trein op een verlaten station. Iedereen stapt uit. (…?) Toen ik eindelijk een conducteur tegenkwam zei deze bars dat dit het eindstation was, ‘dat heb ik net gezegd.’ ‘Oh, ik hoorde wel een enorm gekraak uit een speaker komen maar heb eigenlijk niets gehoord. Vertrekt hier ook nog een trein vandaan richting Utrecht?’ ‘Ook dat heb ik net gezegd.’ ‘Dus ja?’ ‘Meneer zou u uit de trein willen gaan?’ ‘Pardon, ik betaal een astronomisch bedrag om naar huis te gaan, dan verwacht ik op zijn minst een normaal antwoord.’ ‘Ja, de trein naar Utrecht vetrekt ook vanaf dit station.’ Een halfuur later vertrok ik (compleet verkleumd) vanaf (…) richting Utrecht. De NS, waar voor je geld.